Instrumenten-Lessen
  
ud    uilleann pipes   darbuka


De ud: de Turks/Arabische klassieke korthalsluit.      

Het woord lute in het Engels en luit in het Nederlands komt van het Arabische woord
“Al'ud”, wat letterlijk “het hout” betekend. In Turkije en Griekenland is het Arabische “het” weggevallen en blijft de naam ud en outi over.

De ud is een luit met een korte hals waar het lichaam de vorm heeft van een doorgesneden ei, met een vlak bovenblad van naaldhout, meestal ceder, voorzien van één of drie klankgaten.
De hals is glad, dus zonder fretten, om de genuanceerde intonatie van de Oosterse toonladders mogelijk te maken en loopt uit in een geknikt en sierlijk gebogen deel voor de stemschroeven.
De klankkast is gebouwd als een houten boot, van smalle stroken hardhout, wat een sterke en lichte constructie mogelijk maakt die  de klank van het instrument projecteert naar de luisteraar.

Het instrument is, tegenwoordig, bespannen met vijf paren snaren, in kwarten gestemd, dus vier toonsafstanden uit elkaar, en een enkele bassnaar die ritmisch gebruikt kan worden tijdens het spelen van een melodie of als onderdeel van een ritmisch patroon.
Deze enkele snaar kan naar believen verstemd worden als de muziek daar om vraagt, maar ik heb deze snaar meestal een octaaf lager gestemd dan het middelste paar snaren.

De snaren worden aangeslagen met een lang smal plektrum dat in een bocht wordt vastgehouden tussen duim en wijsvinger en ring en middelvinger.
Tegenwoordig is het plectrum meestal gemaakt van een kunststof, maar ,naar zeggen, gebruikte men vroeger de schacht van een adelaarsveer als plectrum.

De Arabieren hebben uit een oudere luitvorm de oervorm van de ud ontwikkeld. Deze is daarna door vele handen gegaan en heeft veel aanpassingen ondergaan. Er zijn o.a. meer snaren aan het instrument toegevoegd.

Tegenwoordig is de ud in gebruik in de Balkan en Griekenland. In Turkije, Armenië en Iran. En natuurlijk in alle Arabische landen.
Ook in Noord-Afrika - van Egypte tot in Marokko - is de ud populair.
Dat de ud gebruikt is in de tijd van de Moren in het zuiden van Spanje is nu nog altijd goed te horen in de flamenco muziektraditie.

De ud is een veelzijdig instrument die een plaats heeft in vele volksmuziekstijlen, maar ook thuishoort in de verschillende kunstmuziektradities.
Door het ontbreken van de fretten op de hals is er geen beperking in de intonatie van de toonhoogte, zodat zonder problemen de verfijnde toonafstanden in de Oosterse muziek gespeeld kunnen worden.
Hierdoor is de ud uitermate geschikt voor het spelen van melodielijnen in gecomponeerde of traditionele muziek en is het een fijn instrument om mee te improviseren.

Aan de andere kant kun je op de ud spannende ritmische patronen spelen, ideaal om er improvisaties en melodieën mee te begeleiden.

Op één van de grenzen tussen Oost en West, in Armenië, waar de fascinerende toonladders van het Oosten de geharmoniseerde muziek van het Westen elkaar ontmoeten, is de ud het instrument dat, als een bas, ritmische basloopjes combineert met microtoonafstanden.


Roelof Rosendal leerde ud spelen toen hij deel uitmaakte van de groep Calgija onder leiding van de etnomuzikoloog W. Swets.  Hij speelde zes seizoenen in het orkest van het Internationaal Danstheater ud, doedelzak, darbuka en ander slagwerk en soleerde in muziektheatervoorstellingen met de groep Flairck en de zanger Fernando Lameirinhas.

Tegenwoordig speelt hij met de bekende violiste Monique Lansdorp in de, in concerten en dansbegeleiding georiënteerde ensembles Balqana en het Kollektief. Verder in het zigeunerschnabbelorkest Tylynka, in het Griekse ensemble Jamas en in de meer Turks,Armeens en Iraans gerichtte muziekgroep Taksim.
De groepen Poitín en Airlaut zijn overwegend Keltisch georiënteerd en maken meer gebruik van zijn vaardigheden op de uilleann-pipes en bodhran, dan van die op de ud.

Roelof Rosendal geeft muzieklessen en workshops in improviseren en samenspelen en coached ook muziekgroepen daarin.

Hij ontving in 2001 zijn benoembaarheidsverklaring uddocent tijdens zijn werk op de Stedelijke Muziekschool Groningen.

p


De uilleann pipes: de Ierse doedelzak.      

De uilleann pipes is een door een blaasbalg aangeblazen doedelzak uit Ierland.
Naast de speelpijp waarmee de melodie gespeeld wordt zijn er drie drônes (brompijpen) die drie in octaven gestemde, constant klinkende tonen voortbrengen.
Het gecombineerde gebruik van een speelpijp die ondersteund wordt door één of meer doorgaande tonen is het grondprincipe van de meeste doedelzakken.
Wat de uilleann pipes zo bijzonder maakt is de toevoeging van drie naast elkaar liggende regulators, min of meer te beschouwen als speelpijpen waarvan de gaten zijn afgesloten door kleppen en die schuin over de schoot van de speler liggen.In deze positie is het mogeljk om met de pols van de rechterhand de kleppen te openen en eenvoudige accoorden te spelen.

In de praktijk bevestig je de blaasbalg met een riem om je middel en met een riempje om je elleboog.
Een verbinding met ventielen naar de zak onder je linkerarm zorgt ervoor dat je lucht in de zak kunt pompen.
Als er genoeg lucht in de zak zit kun je met je linkerarm de luchtdruk  naar de verschillende pijpen regelen terwijl je met de blaasbalg zorgt dat de voorraad lucht in de zak op peil blijft.

De lucht in de zak gaat via een houten verdeelcentrum naar de drônes en de regulators. Op een andere punt van de zak gaat de lucht naar de speelpijp.

De speelpijp staat met z'n open eind op een leren lap op je dij vlakbij de regulators. Met je vingers op de speelpijp is je pols vlak boven de kleppen van de regulators.
Als alle gaten van de speelpijp gesloten zijn met je vingers en de onderkant gesloten is doordat hij op de leren lap staat is de speelpijp stil; er kan geen lucht ontsnappen. Pas als je één of meer vingers optilt, of de speelpijp van je dij omhooghaalt stroomt de lucht door het riet en krijg je een geluid.
Hierdoor kun je - ongewoon voor een doedelzak - staccato spelen, dwz je kunt kleine stiltes tussen de tonen die je speelt maken door even alle gaten in de speelpijp te sluiten.

Als je de druk met je linkerarm op de zak iets opvoert kun je de speelpijp in het bovenoctaaf dwingen. Als je dit goed onder de knie krijgt heb je twee octaven om in te spelen tot je beschikking.

Stemmen:

Het riet van de speelpijp moet zo zijn afgesteld dat de A van de speelpijp gelijk staat aan de A van een stemvork, om samen te kunnen spelen met andere muzikanten, maar ook alle andere tonen in het eerste en tweede octaaf moeten natuurlijk zuiver zijn.

De drônes staan in drie octaven gestemd op de laagste toon van de speelpijp en moeten constant zijn ook als de druk hoger wordt als er in het tweede octaaf wordt gespeeld.

De regulatorrieten moeten op de speelpijp worden gestemd maar moeten met zijn drieën ook een zuiver gestemd accoord kunnen geven, dat ook nog eens samenvloeit met de tonen van de drônes.

Dat al dit gestem een hels karwei is, is nog zwak uitgedrukt, de blaasbalg is er voornamelijk om te voorkomen dat vochtige lucht uit de longen nog meer rietproblemen veroorzaakt.

Geschiedenis en ontwikkeling:

Men vermoedt dat de uilleann pipes is ontwikkeld tond 1700. In die tijd werden er meer door blaasbalgen aangeblazen en voor binnenskamers geschikte doedelzakken ontwikkeld, met name in Engeland en Frankrjk.
Via allerlei experimenten en variaties ontstond de flat-set, een vorm van de uilleann pipes met een nauwe, licht uitlopende boring en kleine vingergaten. De stemming was voornamelijk afhankelijk van de gereedschappen van de bouwer en diens idee over de ideale verhoudingen van de speelpijp.
Omdat dit type voornamelijk solo werd gespeeld was er geen aanleiding tot standarisering.
Het geluid van de flat-set is (ze worden nog steeds gemaakt en bespeeld) van een heel warm en zachtzoemend timbre.
Er ontstond rond 1970 een grote vraag naar pipes waarmee je met andere muzikant kunt samenspelen en werd de kroeg en het concertpodium steeds vaker de plaats waar gemusiceerd werd.
Kortom een instrument dat stemde met de standaard toonhoogte van A = 440 hz  en die ook een wat brutaler geluid kon voortbrengen.
De bouwers ontwikkelden de pipes in "concert-pitch". De boring van de speelpijp werd wat wijder en  de vingergaten groter. De laagste toon van de speelpijp werd standaard een D inplaats van Cis,C,B of bes.
Door de wijdere boring en de grotere vingergaten werd de klank aanmerkelijk harder en geprononceerder.
Dit type dat aangeduid wordt als een set in concert-pitch of een D-set is nu de gebruikelijke vorm van de uilleann pipes en wordt in de meeste muziekgroepen gebruikt in combinatie met snaarinstrumenten, fluiten, slagwerk en zang.
De combinatie met klavierinstrumenten is niet zo geslaagd omdat de doedelzak  een zuivere stemming heeft; elke toon op de speelpijp moet rein klinken met de drônes in tegenstelling tot de stemming van een klavierinstrument die er een getempereerde stemming op na houdt; in alle toonhoogtes moeten de accoorden zuiver klinken.

Omdat de aanschaf van een volledig set pipes vrij kostbaar is en je als beginner nog niet weet of dit hèt instrument voor je is kun je beginnen met een practice-set, die bestaat uit de zak , de blaasbalg en de speelpijp.
Vaak kun je die, als je lid bent van een pipersclub, de eerste tijd lenen of huren.

Kun je hiermee wat overweg en je wilt toch per se door, dan kun je wat je hebt uitbreiden met de drie drônes. Dit heet een half-set. je zult merken dat de grondtonen onder de melodie die je speelt de muziek een stevig fundament geeft. Ik zelf heb ook de indruk dat de drônes helpen de luchtdruk in de zak te stabiliseren.

De volgende stap is de aanschaf van de drie regulators: de full-set. Veel pipers maken niet veel of geen gebruik van de regulators, maar schaffen ze wel aan, omdat ze vinden dat zonder regulators de set er zo kaal uitziet.
Deze, in zo'n geval, cosmetische aanschaf is wel een aanslag op de portemonnee. Half-set is half- price dus de regulators kosten net zo veel als een complete half set.
Er zijn natuurlijk pipers die wel de mogelijkheden van de regulators uitbuiten, Ronan Brown (Cran) is daar een inspirerend voorbeeld van.

p

De darbuka        

De Darbuka is een trommel met een enkel vel in een zandlopervorm. Het instrument wordt schuin liggend op de schoot met het open eind naast je lichaam met de handen en de vingers bespeeld.
Dit type trommels noemt men vaastrommels.
Het instrument wordt gebruikt in samenspel met andere instrumenten, dus niet in slagwerkgroepen zoals je dat bij de djèmbé vaak ziet.

Andere namen voor darbuka: tumbeleki, tarabuka, darabuka,tof en tabla.

De darbuka vind je in de Balkan en Griekenland, Turkije, de Arabische landen, Egypte en de rest van Noord Afrika.
Ook Israël heeft een darbuka, daar noemen ze het instrument "tof".
Instrumenten die sterk op de darbuka lijken zijn tot in China te vinden.

De darbuka is in uitvoering en speelwijze ruwweg te verdelen in twee vormen.
De waarschijnlijk oudste vorm heeft een afgeronde rand waar het vel op de trommel gespannen zit.
Dit heeft alles te maken met de speelwijze waarbij bijde handen en de vingers als het ware om die rand op het vel worden gezwiept. Hierdoor wordt de slag versneld en krijg je een felle toon. Roffels worden gemaakt door de handen heel snel af te wisselen.
Deze darbuka vind je in de Arabische landen, Egypte en de noordkust van Afrika.
De muzikale insteekvan het slagwerk dat op dit type gespeeld wordt heeft ook veel van doen met hoe er in Afrika met slagwerk wordt omgegaan.
Het instrument werd vroeger van aardewerk gemaakt maar tegenwoordig meestal van dik aluminium.

Het andere type darbuka is tegenwoordig van geslagen koper, of -in de budget uitvoering- van dun aluminium en heeft een rechte rand waar het vel op de trommel zit.  
Het centrum van het gebruik ligt in Turkije en daar worden ook de meeste darbuka's gemaakt.
Bij dit type is de speeltechniek van de linker en de rechterhand totaal verschillend.
De linkerhand (als je rechts bent) ligt op de rand van de trommel en blijft daar normaal gesproken liggen. Door met de duim en de ring - en middelvinger knipbewegingen te maken over de rand op het vel produceer je hoog klinkende slagen op de trommel. De rechterhand kan vrij bewegen en kan door dicht bij  de rand of wat meer op het vel hoge en lage slagen produceren.
Door met de vingers, of met de volle hand te spelen is een ruim repertoire van klanken mogelijk.
Roffels en andere snelle slagencombinaties maak je door twee slagen van links af te wisselen met twee slagen van rechts, hetzelfde principe zoals een moderne drummer dat doet.
De muzikale manier van aanpak van het slagwerk is meer in lijn met die van India dan met die van Afrika.

p